Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


In memoriam
Gijs Hendriks


Op 21 mei jongstleden overleed saxofonist Gijs Hendriks op 79-jarige leeftijd in het Bartholomeus Gasthuis te Utrecht. De op 26 februari 1938 in Utrecht geboren saxofonist was binnen de Nederlandse jazzmuziekwereld een markante persoonlijkheid. Niet alleen muzikaal, maar ook verbaal verkondigde hij zijn eigenzinnige verhaal. Hoewel bekwaam op de klarinet en alle saxofoons, produceerde hij vooral op de tenorsax een eigen uniek geluid.

Reeds op zijn zeventiende speelde hij voor de Amerikaanse militairen in Duitsland en Frankrijk. Zijn roem neemt een aanvang vanaf midden zestiger jaren en zal met wat ups en downs voortduren tot rond de eerste jaren van de 21ste eeuw. Behalve met zijn eigen formaties, van kwartet tot en met kleine bigband, zat hij ook in de bigband van Boy Edgar en bromde hij – wat hijzelf met een grijns zei – op baritonsax zijn partijtje mee in VARA's Dansorkest.

In 1971 ontvangt hij de Wessel Ilcken Prijs en in 1973 wordt zijn plaat 'Rockin' uitgeroepen tot plaat van het jaar. Van zijn woonplaats Utrecht krijgt hij in 1978 de Cultuurprijs van de stad Utrecht en in 1995 – uitgereikt door Ivo Opstelten – de Gouden Stadspenning.

In al die jaren speelt hij ook samen met internationaal vermaarde grootheden als Johnny Griffin, Nina Simone, Kenny Wheeler, Stan Tracey, Tom Harrell en Beaver Harris. Met de eveneens in Utrecht woonachtige drummer Michael Baird werkt hij jarenlang samen.

Zijn platenproductie is imposant. Om enkele albums te noemen: 'Rockin' (Polydor), 'Close To The Edge' (Timeless), 'Dom Rocket' (Timeless), 'Summer Sessions' (VARA Jazz), 'Live Recordings (Waterland), 'Samer' (VARA Jazz), 'On The Way' (SWP Records), 'Sound Compound' (A-Records), 'Change The Backing' (Munich Records) en 'Live In Nijmegen' (Jazz Live).

Naast al die muzikale activiteiten was hij medeoprichter van het SJU Jazzpodium en organiseerde en leidde hij talloze jazzworkshops. Hendriks was een invloedrijke jazzmuzikant in Nederland.

Klik hier voor een uitgebreid interview met Gijs Hendriks uit 2005.

Foto: Maarten Jan Rieder

Labels:

(Jacques Los, 26.5.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Don Byas meets The Jacobs Brothers - 'Groovin’ High' (Nederlands Jazz Archief, 2016)

Opname: 4 juli 1964

Het is typisch Nederlands. De Amerikaanse tenorsaxofonist Don Byas woonde alles bij elkaar 17 jaar in Nederland. Hij trad hier echter zelden op, wel veel in de rest van Europa. Waarom? Men vond dat hij te veel geld vroeg! Een van de spaarzame keren dat hij hier wel optrad, was op 4 juli 1964 in het Rembrandttheater in Haarlem. Het concert werd vorig jaar door het Nederlands Jazz Archief terecht op cd gezet.

Byas had reeds een behoorlijke staat van dienst opgebouwd toen hij begin 1947 tijdens een Europese tournee besloot om in Parijs te blijven. Hij had in de eerste bigband gezeten van Lionel Hampton en was erbij in 1944 toen de bebop geboren werd. Ook in de Europese jaren speelde hij veel samen met andere Amerikaanse muzikanten die in Europa waren gebleven en met grote namen die hier op tournee kwamen, zoals Dizzy Gillespie en Charlie Parker. In 1955 verhuisde Byas naar Amsterdam, vanwege de liefde, zo gaan de dingen. Gaandeweg vergat het Amerikaanse publiek hem, maar musici kwamen nog graag om met hem te spelen. Voor Sonny Rollins en John Coltrane gold hij als een voorbeeld. Byas stierf in Amsterdam op 24 augustus 1972, slechts 59 jaar oud.

De opnamen van het concert, waarin we naast Byas pianist Pim Jacobs, bassist Ruud Jacobs en drummer John Engels horen, maken duidelijk wat een groot saxofonist Byas was. Hij was een bebopsaxofonist maar verweefde eveneens elementen uit de post-bop in zijn spel. Zijn toon is warm en vol, soms met een wat weemoedige ondertoon, bijvoorbeeld in de prachtige versie van Benny Golsons 'I Remember Clifford', waarin deze collega de trompettist Cilfford Brown herdacht. Aansluitend horen we al even delicate solo's van respectievelijk Pim en Ruud Jacobs. In Charlie Parkers 'Billie’s Bounce' neemt aanvankelijk ritmetandem Ruud Jacobs–John Engels de leiding, op en top swingend, waarna Byas zich naadloos invoegt. Zijn stijl is hier levendig, speels, met een ruw, ongepolijst randje. Groots is ook het duet met Pim Jacobs in Tadd Damerons 'Lady Bird' en de aansluitende solo van broer Ruud. De titel van het album 'Goovin’ High' wordt hier alle eer aan gedaan.

Opvallend is verder de goede kwaliteit van deze ruim vijftig jaar oude opnames. Dus al met al hulde aan het Nederlands Jazz Archief voor het uitbrengen van dit concert. Het doet recht aan deze gigant onder de saxofonisten.

Labels:

(Ben Taffijn, 25.5.17) - [print] - [naar boven]



Concert
De ongeborgen gekte

Plan Kruutntoone & Ravivo Strijkkwartet, vrijdag 19 mei 2017, Vera, Groningen

De muziek van Hansko Visser en zijn Plan Kruutntoone is een duizelingwekkende dooltocht met autobiografische flarden, poëtische observaties en de godsdienstwaanzin die altijd op de loer ligt. De muzikale parameters zijn ruim: er is ruimte voor Beefheart-achtige bluesderivaten, gespatieerde rock and poetry en op Ernö Király geïnspireerd strijkwerk met melancholieke kamerbrede akkoorden. "Xenakis is er niks bij," om Visser te citeren.

Jammer dat het Ravivo Strijkkwartet, dat een paar intermezzi verzorgde, niet wat verder was geïntegreerd in de ongeborgen gekte van Plan Kruutntoone. Dat zou nog eens een mooie knalpuzzel opleveren! Wordt nog aan gewerkt, volgens de componist.

De dichter/zanger beschikt over een heldere VPRO-stem, waarmee hij eigen, sterk associatief werk en abstracte strofen van Samuel Beckett voordraagt. Een soort persoonlijke catharsis. Daar is Dada! Het gaat allemaal weinig nadrukkelijk, de teksten lijken ter plekke verzonnen, terwijl er wellicht maanden op is gezwoegd. Op sommige momenten hoor je Derek Bailey op halve snelheid, maar over het algemeen heeft Vissers gitaarwerk een vloeiend karakter, wat dan weer mooi accordeert met het stekelige ritme van drummer Chris Muller. Die laatste zul je niet snel op een groove betrappen. Zijn bijdragen zijn gespatieerd en zorgvuldig in het totaalgeluid geïntegreerd. Hij levert handige handvatten, maar ook gemene boobytraps en trapdoors.

Een uurtje in de uitgebeende wereld van Hansko Visser, zoals altijd was het er weer aangenaam vertoeven. Het optreden was onderdeel van een bescheiden tournee ter gelegenheid van het uitkomen van de lp 'Wat Doen De Handen'. Deventer (De Periferie, 24 juni), Rotterdam (Vrooom, 25 juli) en Nijmegen (Valkhof Festival, 19 juli) staan nog op het programma.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 23.5.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Rein Godefroy Trio – 'It Will Come' (Safe Sound, 2017)

Opname: 2017

Pianist Rein Godefroy groeide op in een familie van klassieke musici. Dat leidde ertoe dat hij als vierjarig jochie al achter de piano zat. Na verloop van tijd richtte hij zich meer op de jazz. Hij studeerde op het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij pianisten als Rob van Bavel en Juraj Stanik en slaagde zeer eervol.

Op zijn onlangs uitgebrachte debuut cd 'It Will Come' zijn onmiskenbaar klassiek georiënteerde, melodische motieven te beluisteren in zowel de improvisaties als composities, die allen door hemzelf geschreven zijn. Daarnaast zijn jazz-, latin- en rockinvloeden ontegenzeggelijk in grote mate aanwezig.

Het trio vormt met de voortreffelijke bassist Guus Bakker en idem dito drummer Pim Dros een zeer goed ingespeeld en homogeen geheel en sluit naadloos aan bij het moderne jazz trio-idioom van grootheden als Bill Evans, Keith Jarrett en Chick Corea. Daarnaast schuwt het drietal de ritmische, funky patronen van Ahmad Jamal en Ramsey Lewis niet.

Het album omvat prachtig ingetogen composities – 'It Will Come', 'Moon', 'Uninvited' naast pittige rockachtige nummers, zoals 'Blinkert', 'Knit Knat' en 'Cycle'. Godefroy etaleert op dit album een open, heldere speelwijze, een groot gevoel voor melodische improvisaties en een niet geringe technische kwaliteit. Het Godefroy Trio is een aanwinst in Nederland jazzland en – natuurlijk – verderop.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Jacques Los, 23.5.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Overrompelend samenspel

RED Trio & John Butcher, maandag 17 mei 2017, De Singer, Rijkevorsel

Het Portugese RED Trio, bestaande uit pianist Rodrigo Pinheiro, bassist Hernani Faustino en slagwerker Gabriel Ferrandini, heeft de afgelopen jaren in het thuisland een belangrijke positie opgebouwd binnen de geïmproviseerde muziek. In onze landen zijn zij nog een stuk minder bekend en het concert in De Singer betekent dan ook hun Belgisch debuut. Na het concert kunnen we slechts concluderen dat het voor dit debuut hoog tijd werd. Zelden hoor je een pianotrio dat op zo'n knappe wijze de luisteraar weet te boeien.

Het trio maakte de afgelopen jaren diverse uitstapjes richting kwartet. Zo maakte ze eerder albums met trompettist Nate Wooley en vibrafonist Matthias Ståhl en zag vorig jaar 'Summer Skyshift' het licht met saxofonist John Butcher. Dat smaakte naar meer, want ook hier in De Singer treedt Butcher aan. Het zorgt er ongetwijfeld voor dat de zalen voller zitten, Butcher is immers inmiddels een redelijk bekende naam. Maar de combinatie mag er alleszins zijn. Als Butcher speelt is hij nadrukkelijk aanwezig, maar hij geeft tevens het trio volop de ruimte om te excelleren in hun samenspel.

En dat samenspel, noem het gerust een symbiose, is het geheim van dit trio. Op een meesterlijke wijze rijgt dit trio de zeer ingenieuze muzikale patronen aan elkaar. De repeterende ritmes zijn daarbij een constante, afgewisseld met clusters van noten waarin het lijkt of de drie volledig de weg kwijt zijn. Maar wonder boven wonder: ineens klinkt het weer logisch wat er gebeurt. De drie zijn daarnaast stuk voor stuk creatieve meesters op hun instrumenten. Pianist Pinheiro weet net zo goed de weg op zijn toetsen als in het binnenste van de vleugel, waarbij hij zoetgevooisde klanken vermengt met spijkerhard slagwerk, bassist Faustini komt snaren tekort voor zijn ingewikkelde patronen en slagwerker Ferrandini weet constant te verrassen met een scala aan hulpmiddelen.

Butcher voelt zich bij deze heren als een vis in het water en zijn ongenaakbare, soms wat rauwe geluid past perfect bij het basismateriaal van dit trio. Daarbij valt op hoe inventief Butcher omgaat met zijn tenor- en sopraansax en wat een enorme diversiteit aan klanken hij uit zijn instrument weet te halen. Hij lispelt, fluistert, sputtert, reutelt en - ja - blaast soms ook naar hartenlust.

Hoogtepunten? Het hele concert is één hoogtepunt, maar als het dan moet. De drumsolo in de eerste set waaraan Ferrandini begint door met zijn brushes de trommels af te stoffen. Althans zo klinkt het. Gaandeweg komen de eerste slagen. Zelden zo'n spannende drumsolo gehoord. Een tweede hoogtepunt zit helemaal aan het einde van het concert. Butcher in een extravagante solo op sopraansax, met behulp van circular breathing weet hij de aandacht eindeloos vast te houden. Het vormt een prachtig einde van een meer dan geslaagd concert. En nu maar hopen dat we dit trio vaker gaan horen.

Concertfoto's: Jef Vandebroek

Labels:

(Ben Taffijn, 22.5.17) - [print] - [naar boven]



Vooruitblik
10 jaar JazzCase


JazzCase bestaat 10 jaar! Op 2 en 3 juni wordt dit gevierd met een heus jazzfestival in Dommelhof Neerpelt. Het wordt georganiseerd in samenwerking met het eveneens jubilerende Citadelic-festival van El Negocito Records, dat gelijktijdig plaatsvindt in het Citadelpark te Gent.

Al 10 jaar wordt naarstig gewerkt aan een straffe programmatie van jazz en improvisatiemuziek in Dommelhof Neerpelt. Al die jaren heeft het jazzpodium de nieuwsgierige jazzliefhebber weten verrassen met een gewaagde programmering. De focus ligt daarbij op vernieuwende, avontuurlijke jazz, waarbij de grenzen worden afgetast met respect voor de roots van het genre. Meermaals werkten jonge muzikanten op het domein in residentie aan een nieuw repertoire en toonden het resultaat meteen op het einde van hun verblijf aan het publiek. Op maandelijkse basis werden in totaal meer dan 80 concerten georganiseerd. Binnen het Vlaamse jazzlandschap heeft JazzCase duidelijk zijn plaats verworven. Het podium geniet veel respect van zowel het publiek als de muzikanten. De organisatie van de concerten gebeurt in samenwerking met Dommelhof Neerpelt en het Limburgse jazzplatform Motives for Jazz.

Programmator Cees van de Ven, al jarenlang actief als fotograaf voor Draai om je oren, heeft een goed oog maar ook een goed oor voor muzikanten. Hij doet dit met evenveel kennis en overgave als enthousiasme en heeft al heel wat topmusici kunnen overtuigen om bij hem het beste van zichzelf te geven. Hij is ook jazzfotograaf en tijdens het festivalweekend wordt een fotoalbum over 10 jaar JazzCase met concertfoto's van hem voorgesteld.

Het festival trapt op vrijdag 2 juni af met muzikant, componist en beeldend kunstenaar Osama Abdulrasol. Zijn oorsprong is Irakees, zijn paspoort Belgisch, maar hij is vooral kosmopolitisch. Zijn nieuwe project probeert een brug te leggen over de gehele wereld vanuit Irak naar Brazilië over België en Nederland. Abdulrasol (qanun) treedt aan met een kwartet, dat verder bestaat uit Helena Schoeters (stem), Henk de Laat (contrabas, stem) en Renato Martins (percussie). Daarna volgt het trio van bassist Paul Van Gysegem Trio, met Giovanni Barcella op drums en Erik Vermeulen aan de piano. Alle drie mogen we hen stilaan éminences grises noemen van de jazz en de vrije muziek in België.

Op zaterdag 3 juni gaat het verder met Llop. Dit Belgisch-Franse trio speelt veelal geïmproviseerde song-achtige muziek, vaak geïnspireerd door traditionele jazz. Daarna volgt 'Follow The Red Line', een jazzy boswandeling lang visuele partituren in het Klankenbos, dat aan Dommelhof ligt. In het kader van 10 jaar JazzCase is het contrabas-ensemble Bassss uitgenodigd om enkele hedendaagse visuele partituren van Belgische componisten te interpreteren. Als afsluiter zal contrabassist en beeldend kunstenaar Paul Van Gysegem een improvisatie brengen bij zijn eigen visuele partituren. Dan is het tijd voor Moker, een Belgisch-Italiaans jazzcollectief. De groep staat bekend om zijn energieke en overtuigende optredens met veelal eigen composities en gesmaakte improvisaties. Afsluitend is er een optreden van het Samuel Blaser Trio. Blaser is een Zwitserse trombonist en rising star in de hedendaagse avontuurlijke jazzmuziek, pendelend tussen New York en Berlijn. In zijn trio weet hij zich omringd door twee klassebakken: Marc Ducret op gitaar en Peter Bruun op drums.

Daarnaast is in Dommelhof van 20 april tot en met 4 juni mei een expositie te zien met sculpturen, schilderijen en tekeningen van Paul Van Gysegem en Osama Abdulrason.

Klik hier voor meer informatie.

Labels:

(Maarten van de Ven, 21.5.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Eclectische droomwereld

Veder / Sylvie Courvoisier Trio, dinsdag 16 mei 2017, Citadelic @ SMAK, Gent

In het SMAK te Gent organiseert Rogé Verstraete al enige tijd jazzconcerten. Zijn cafés El Negocito en La Resistenza waren creatieve broeihaarden, zijn Citadelic Festival blijft nog steeds een referentie voor wie in jazz vooral een tegenstroom ziet en hoort. In het SMAK kan hij die rebelse stroming in een passend kader brengen. Zoals het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst een fijne plek is voor plastische kunstenaars die weinig museum lijken te verdragen (maar het toch doen), zo geven de concerten er een passende plaats aan artiesten die anders veelal in obscure ateliers en achterafrepetitieruimtes hun ding moeten doen.

Veder bestaat uit een aantal muzikanten die al een aantal jaren hun eigen pad volgen en in de schaduw werken. Vanuit die luwte laten ze een briesje waaien dat stof wegblaast om met iets nieuws en fris voor de dag te komen. Op hun repertoire nummers met langoureuze melodieën, maar ook composities waarbij ruimte komt voor rustige interactie.

Er wordt geen noot te veel gespeeld en de composities zitten ingenieus in elkaar. Het is muziek die langzaam voorbij schuift. Overbodig getoeter en gepingel zou de muziek uit balans brengen. Met beheerste kalmte brengen ze geconcentreerde muziek met de nodige focus. En zoals men hetgeen Bill Frisell brengt Americana noemt, zo zou met in het geval van Veder kunnen gewagen van Europana: een verre echo van ECM, volksmuziek uit het hoge noorden en een verlangen naar een imaginaire en eclectisch samengestelde droomwereld, die enkel in het hoofd van de muzikanten en luisteraars bestaat.

De leden van Veder kennen elkaar uit diverse groepen en voelen elkaar bijzonder goed aan. Rietblazer Joachim Badenhorst weet ondanks zijn reputatie steeds te verrassen. Gitarist en banjospeler Ruben Machtelinckx is een van die gitaristen die na een paar noten te herkennen valt. Niels Van Heertum legt met zijn euphonium een bijzondere laag over de muziek. De Noorse trompettist Eivind Lønning was een aangename verrasing.

Waar Veder de energie naar binnen trok om aan focus te winnen, paste het trio van pianiste Sylvie Courvoisier de tegenovergestelde strategie toe. De opgebouwde spanning vond via klaterende clusters en andere uitbarstingen een weg naar buiten. Plotse plotwendingen hielden het ook spannend.

Eigenlijk klonk het trio een beetje als een conventioneel pianotrio, maar deze vergelijking doet hen ook onrecht aan. Courvoisier was wel de bepalende stem, maar deed meer dan thema-solo spelen. Ze injecteerde haar parelend en glashelder pianospel met veel creativiteit. Bassist Drew Gress leek het best naar zijn zin te hebben en deed ook meer dan ritme houden, hoewel hij dit laatste niet uit het oog verloor. Drummer Thomas Fujiwara komt net als Courvoisier uit de John Zorn-scene en was de vervanger voor Kenny Wollesen. Hij paste wel in de groep, maar hier en daar hoorde je hem toch voor een veilige weg kiezen, waar hij met enige concerten extra op de teller voor meer creativiteit zou hebben gezorgd. Want zijn rol in groepen rond Mary Halvorson laat horen dat die man best wat in zijn mars heeft. Kritiek in de marge, want Sylvie Courvoisier maakte met haar trio duidelijk dat ze een van de prominente stemmen in de hedendaagse jazzscene is.

Twee mooie concerten in het SMAK laten ons al uitkijken naar volgend seizoen. Maar eerst heeft Rogé nog het Citadelic Festival op het programma staan, dit jaar in double bill met JazzCase in Neerpelt.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Iwein Van Malderen, 20.5.17) - [print] - [naar boven]



Vooruitblik
Rabobank Amersfoort Jazz

Wereldjazz, wereldmuziek en muzikaal talent: Amersfoort Jazz pakt steviger uit dan ooit. Van 8 juni tot en met 11 juni zindert het op de historische pleinen en locaties in Amersfoort. 350 nationale en internationale meer en minder prominente musici bevolken de talloze binnen- en buitenpodia. Het zal dan gaan, als vermeld in de uitgebreide brochure, om 85 concerten op 12 plekken in de historische binnenstad.

Artist in Residence is de zeer vermaarde Amerikaanse tenorsaxofonist Houston Person – ik verklap er gelijk maar bij dat hij een van mijn favorieten is, niet per se een vernieuwer, maar een formidabele swingende hardbopper en souljazzer. De in 1934 geboren tenorist speelde en nam platen op met onder meer Gene Ammons, Grant Green, Groove Holmes, Horace Silver, Shirley Scott, Lena Horne, Don Ellis en Eddie Harris. Het aantal platen onder eigen naam bedraagt meer dan 70. Op donderdag 8 juni is hij op het openingsconcert te horen met het Peter Beets Trio. De overige dagen is hij te beluisteren in de muziekvoorstelling 'Swingin' Harlem', met de bigband Licks & Brains en de tenor battle met collega-saxofonisten Alexander Beets en Sjoerd Dijkhuizen, 'Tribute to the Texas Tenors'.

Tijdens de overige dagen vinden er concerten plaats van groepen die hebben deelgenomen aan het Sena Performers International Jazz Laureate Festival. Reeds relatief bekende namen zijn: Okabe Family, Xavi Torres Trio, Domic J. Marshall, Florian Favre Trio en Yuma Levin Quintet.

Andere klinkende namen die acte de présence geven zijn: DJ Maestro met altsaxofoniste Suxanne Alt, Wicked Jazz Sounds, The Quartet met slagwerker Han Bennink, The Jazz Orchestra Of The Concertgebouw met zangeres Madeline Bell, Gare Du Nord, Giovanca, Artvark, Van Kemenade's Three Horns And A Bass, Tango Extremo, Stormvogel & Leo Janssen en de 'Spanish Night' in Theater De Lieve Vrouw met het Camerata Flamenco Project, Nono Garcia en Alexey Leon.

Klik hier voor meer informatie.

Labels: ,

(Jacques Los, 19.5.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Les Chroniques De l'Inutile - 'Virgule' (Suite/El Negocito, 2017)

Opname: maart 2015

Gitarist Benjamin Sauzereau kwam hier onlangs nog ter sprake als lid van het Jens Maurits Orchestra. De man heeft echter ook een eigen band, waarin Jens Bouttery dan weer de drummer van is. Het septet luistert naar de wat moedeloos makende naam 'De kronieken van de nutteloosheid' ofwel – en dat klinkt voor ons direct een stuk mooier - Les Chroniques De L'Inutile. Onlangs brachten ze hun debuut, 'Virgule' uit als co-productie van Suite en El Negocito Records.

Alle stukken op twee na zijn van de hand van Sauzereau, die zich hier presenteert als een componist die kiest voor een hecht groepsgeluid en daarbij aantrekkelijke, vaak bijna filmische melodieën niet schuwt. Zo is 'William (Harrisson Bonney)' ronduit spannend. Een regelmatige tik, Bouttery op de rand van zijn trommel, gaat vergezeld van mooi geblazen patroontjes, versterkt met Sauzereau's gitaarspel. Hier gaat iets gebeuren! En dat klopt, Sauzereau komt met een mooi galmende solo, terwijl het groepsgeluid bluesachtige vormen aanneemt, gevolgd door tenorsaxofonist Gregor Siedl, die er een flinke dosis melancholie aan toevoegt.

'Nemo' heeft symfonische trekjes in het samenspel. Sauzereau mengt het geluid van de drie blazers, met naast Siedl fluitist Pierre Bernard en altsaxofonist en klarinettist Erik Bogaerts, tot een eclatant geheel. Bijzonder is ook 'Mary, Molly, Bébert et Alcide'. Je zou zweren dat er iets met je cd-speler mis is. De dwingende hoofdmelodie wordt op de meest onverwachte momenten verstoord door een totaal andere melodietje, alsof je twee albums tegelijkertijd hebt opstaan. Maar goed, het zijn natuurlijk die vier pubers die door elkaar heen aan het kletsen zijn! Nee, dan 'Non Vorrei Morire Mai', of 'ik zou nooit sterven'. Wat een intensiteit hier in Sauzereau's gitaarspel, over Bouttery's roffels.

'Gauche' is een vreemde eend in de bijt. Want het enige nummer dat middels improvisatie tot stand kwam. En dat is goed te horen; weg zijn de mooie melodieën. Geen slecht stukje muziek, daar niet van, hoofdzakelijk vanwege het vuur dat hier met name door Sauzereau, Bouttery en Bernard wordt ontstoken.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Les Chroniques De L'Intutile is live te bewonderen tijdens de Ham Sessions in Gent op eerste pinksterdag, zondag 4 juni.

Labels:

(Ben Taffijn, 18.5.17) - [print] - [naar boven]



Reportage
Vriendendag Nederlands Jazzarchief


"Het hoogtepunt van de Vriendendag? Da's niet zo moeilijk. Dat kwam zaterdagmiddag om zeven voor vijf, toen kuste ik voor het eerst het meisje op wie ik krap-aan 59 jaar verliefd ben. Niet dat ik foto's van Greetje Kauffeld boven mijn bed had gepunaised. Maar er ging geen uitzending van de Skymasters voorbij of ik zat aan de radio gekleefd. Net als de vocaliste van de Skymasters had ik Doris Day als heldin. Ik denk dat ik 'A Guy Is A Guy' nog woord voor woord kan zingen."

Onze correspondent Eddy Determeyer doet verslag van de Vriendendag van het Nederlands Jazzarchief in Splendor, Amsterdam.

Klik hier om zijn reportage te lezen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 17.5.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Nederlands jongste jazzsextet wint Youth Competition Festival 2017


De nieuwe Haagse formatie Jazz Residence heeft afgelopen zondag de finale gewonnen van een belangrijk jazzconcours in Roemenië, dat dit jaar voor de vierde keer werd georganiseerd in Târgu-Mureș.

Het sextet onder leiding van Erwin Hoorweg bestaat uit Sergio Abdoelrahman (piano), Olivier van Niekerk (gitaar), Roeland Schuijren (drums) en Nick Verschoor (bas), versterkt met violisten Bugra Yuzuguldu en Drummado Wijnhamer. Zij vertegenwoordigden de School Voor Jong Talent van het Koninklijk Conservatorium en waren door een jury uitgenodigd om naar Roemenië te komen naar aanleiding van hun inzending.

Het niveau van de kandidaten was dit jaar opvallend hoog, maar na de overtuigende uitvoeringen van 'Giant Steps' en 'Brazilian Love Affair' was de jury unaniem in haar oordeel. Zij prees de groep om de arrangementen, originaliteit, solo's en muzikaliteit en was onder de indruk van de leeftijd van de piepjonge muzikanten (14-17 jaar). "Was de gemiddelde leeftijd vorig jaar al gezakt naar twintig, dit jaar duiken we daar ruim onder," zo werd gezegd. 'Deze jongens moeten goede begeleiding hebben en uitstekende docenten', aldus het juryrapport.

Een groot compliment voor de Jong Talenten Afdeling van het conservatorium, waar men uiteraard erg trots is op de studenten die deze geweldige prestatie vooral zelf hebben neergezet. De jonge musici hebben naast een fraaie bokaal ook een leuk geldbedrag gewonnen, waarmee ze na de zomer plannen voor hun eerste cd hopen te verwezenlijken.

Labels:

(Donata van de Ven, 16.5.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Sylvie Courvoisier, Mark Feldman, Ikue Mori & Evan Parker - 'Miller’s Tale' (Intakt, 2016)

Opname: 21 september 2015

Yonkers, een wijk in New York, speelt een grote rol in 'Death Of A Salesman', het bekende toneelstuk van Arthur Miller over vertegenwoordiger Willy Loman, die er met zijn Studebaker strandt op weg naar zijn huis in Brooklyn. De omzwervingen en depressieve gevoelens van deze vertegenwoordiger, die er zo'n 35 jaar trouwe dienst voor de firma heeft opzitten, vormen de kern van het stuk.

In datzelfde Yonkers namen in september 2015 vier gerenommeerde musici uit de vrije improvisatie het album 'Miller’s Tale' op, daarmee verwijzend naar die fictieve gebeurtenis in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Dit treffen was overigens een voortzetting van een eerste ontmoeting in The Stone, New York. Saxofonist Evan Parker nodigde daar voor de afsluiting van een residentie pianiste Sylvie Courvoisier, violist Mark Feldman en elektronica-producer Ikue Mori uit. Dat beviel en leidde tot de opnamesessies een jaar later. Vier groepsstukken en vijf duetten bevat 'Miller’s Tale'.

Feldman en Mori vangen het gelijknamige 'Death Of A Salesman' aan met krassende en knisperende klanken. Parker mengt zich erin met beheerst kwetterende geluiden en op de achtergrond horen we Courvoisier plukken aan de pianosnaren. De wanhoop van Loman zit aan het eind, als de klanken samenkomen tot een doldriest mengsel. 'A View From The Bridge' klinkt ingetogen, met een vleugje weemoed en het is hier vooral Feldmans zangerige vioolspel dat opvalt. Verontrustend klinkt 'The American Dream'. Courvoisiers hamerende wijze van pianospelen is hier debet aan, evenals de vreemde en spookachtige geluiden die Mori hier creëert. Maar de echte tragiek brengt Feldman met een zeer intense solo, door Mori ondersteund met vreemd parelende geluidjes. 'Up From Paradise' is het vierde kwartetstuk. Parker speelt hier een voor hem kenmerkende, alle kanten op schietende solo op sopraansax, terwijl zijn medemusici fragiele muzikale lijnen trekken.

Zoals gezegd telt het album eveneens een vijftal duetten. Mori en Feldman bijten het spits af met 'Riding On A Smile And A Shoeshine', het motto van Loman tijdens zijn werk als vertegenwoordiger. De twee bouwen al improviserend een boeiend web van klanken waarin ernst en speelsheid elkaar afwisselen. Ook het duet van Mori met Parker is meer dan de moeite waard. De langgerekte noten van Parker contrasteren goed met Mori's sprankelende klanken.

Klik hier om twee tracks van dit album te beluisteren: 'Death Of A Salesman' en 'A View From The Bridge'.

Labels:

(Ben Taffijn, 15.5.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Beheerst bruut en ongezien subtiel

Fundament, zaterdag 6 mei 2017, NONA i.s.m. Cultuurcentrum, Mechelen

Natuurlijk kon dit project niet anders dan bijzonder worden. Met een arsenaal van vijf contrabassen, twee bastuba's, twee baritonsaxen, een bassax, een tubax en een trombone zag het ernaar uit dat de voorstelling van Fundament een overweldigend gebeuren zou worden, dat waarschijnlijk trillingen in de buik teweeg zou brengen. De productie verraste in haar beweeglijke uitwerking die uitmuntte in beheersing.

Om het verrassingseffect een maximale kans op impact te laten, was het voor de première nog makkelijk om er op voorhand weinig over te lezen of te zien. Na vier voorstellingen werd dat voor de dagelijkse Facebookgebruiker al moeilijk. Foto's en filmpjes doken op met indrukwekkende en intrigerende beelden en geluiden. Beweging bleek een sleutelwoord.

Bassist, beeldhouwer, tekenaar en performer Peter Jacquemyn werkte met Fundament een heuse choreografie uit. In Mechelen was die te zien in de kerk van het Cultuurcentrum, voor de foto's misschien niet de meest fotogenieke en voor de akoestiek misschien niet de meest dankbare, maar ontgoochelen deed de première allerminst.

We zagen een vloer met twaalf instrumenten, waarachter de twaalf muzikanten op een rij gingen staan. Uit die rij trad eerst Jacquemyn, die naar zijn contrabas stapte en die opnam. Hij haalde er alvast een eerste klank uit en begon met zijn instrument te wandelen. De ene na de andere muzikant deed dat, ging soms even ergens stilstaan en gaandeweg begon een soort van lange, hedendaagse suite – een uit het universum van Peter Jacquemyn.

Ogen en oren van het publiek kregen flink de kost, want de losse elementen die eerst kriskras door elkaar liepen, gingen zich verenigen in uiteenlopende bewegingen. Zij zochten elkaar op om in verschillende formaties muzikale patronen uit te tekenen. Diepe klanken werden samengebracht en zowel met als tegenover elkaar uitgespeeld. Zo kwamen de snaarinstrumenten letterlijk tegenover de blazers te staan, liepen muzikanten van het ene kamp over naar het andere en leken sociologische vormenanalyses samen te gaan met muzikale creativiteit. Er was plaats voor dyades die in samenstelling wisselden en een krachtige spiegelopstelling toen de twee bastuba's met de kelken tegenover elkaar kwamen te zitten, op een vingerdikte afstand. Omdat de instrumenten nooit lang op dezelfde positie vertoefden, speelde afstand ook een rol in het geheel van de klanken. Muzikanten zochten niet alleen elkaar of de hoeken van de speelruimte op, maar ook de voorste rij van het publiek. Jacquemyn leidde meestal de dans, maar in één fase mocht trombonist Matthias Muche spelverdeler zijn.

Eenvoudige melodietjes kwamen er niet aan te pas, wel was er soms een harmonisch geheel en op andere momenten raakte alles uit balans. Het fundament van de bassen kon stevig zijn als verhard cement, maar in feite bleef de brei soepel en doken wisselende vormen op. De opeenvolgingen kwamen de een na de ander uitgedokterd over. Is de kunstenaar ook niet zijn eigen beste dokter en therapeut, als hij kan scheppen en de juiste mensen in zijn leven een plaats hebben? Hier zagen we alleszins een uitzonderlijk resultaat van een uniek scheppingsproces, dat heel goed gecast is met concerten in kerkgebouwen, tussen hemel en hel, aards en onaards, spiritueel en materieel. Zoals te verwachten was, kwam daar ook zang aan te pas. Heel vertrouwd moet je niet zijn met het werk van Jacquemyn om hem te associëren met bezwerende keelklanken die aan Tibetaanse monniken doen denken. Hier verwerkte hij dat element in een ronddraaiend ensemble, waarbij de hele band tegen elkaar aangeschikt meedraaide...

Bijna naar het slot toe ontstond de chaotische en drukke wall of sound, die zo veel instrumenten samen kunnen opzetten. De liefde voor free jazz en improvisatie kwam in menige passage aan bod, maar vooral was er in de voorstelling sprake van afgemeten of weloverwogen sculpturen maken met beeld en klank, met een groep die aan eenzelfde zeel trok. Dit fundament van bassen was zo beheerst bruut en ongezien subtiel tegelijk, dat ik wou dat ik het al opnieuw gaan zien was.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Klik hier voor foto's door Cees van de Ven van het concert dat Fundament op 19 mei 2017 gaf in de ZLDR Luchtfabriek in Heusden-Zolder.

Labels: , ,

(Danny De Bock, 15.5.17) - [print] - [naar boven]



Lp
Carate Urio Orchestra - 'Garlic & Jazz' (KLEIN, 2017)


Wat met 'Sparrow Mountain' (2013) begon als iets dat zeker geen lang leven beschoren was, of toch zo leek (zeven verschillende nationaliteiten in één band, begin maar eens), is intussen uitgegroeid tot een verhaal dat even onwaarschijnlijk als fascinerend is. Na 'Lover' en 'Ljubljana' verschijnt nu het derde album van het Carate Urio Orchestra in een goed jaar, dat nog maar eens laat horen dat het ensemble intussen zijn compleet unieke hoekje afgebakend heeft. Alhoewel, afbakenen, daarvoor heb je eigenlijk grenzen nodig...

De bezetting is hier die van 'Lover' (wat betekent dat trombonist Sam Kulik trompettist Eiríkur Orri Ólafsson vervangt), maar de CUO-discografie is eigenlijk een bontgekleurd geheel waar een paar constanten doorheen waren. Dat wankele gevoel dat het boeltje op elk moment in elkaar kan stuiken is misschien wel wat weggeëbd, maar er wordt nogal altijd gemusiceerd met ruwe kantjes, spontane interactie en een haast kinderlijke onbevangenheid, die de belofte van verrassingen inhoudt. En bestreek de band in het verleden al een enorm stilistisch en dynamisch oppervlak, van breekbare pop tot uit z'n voegen barstende onheilsmuziek en zowat alles daartussen, dan worden nu weer wat tinten aan het palet toegevoegd.

'Garlic & Jazz', zo genoemd naar een reeks door Badenhorst georganiseerde evenementen, verschijnt opnieuw op zijn eigen Klein-label, en is enkel als vinylplaat en download te verkrijgen. Dat zorgt ervoor dat het een relatief kort album werd (een goed half uur), waarvan elke helft uit twee delen bestaat. 'Mosselman/The Salt Of Deformation' begint in abstracte modus, met een geluidensoep zonder duidelijke richtingaanwijzer. Het is een gegrom en gekreun van snaren, percussie, blaasinstrumenten en ruisende/krakende elektronica, waaruit na enkele minuten meer vorm opstijgt via lyrische lijnen van Kuliks trombone en Frantz Loriots zingende altviool. Zodra Badenhorsts zang opduikt, krijgt het een ritualistisch, zelfs sjamanistisch sfeertje.

Het tweede luik zal misschien bekend in de oren klinken voor wie Badenhorsts gelijknamige album met Dan Peck kent. Het is hier dat het samenspel gebalder en donkerder wordt, gestuwd naar een dense wall of sound waar de meest uiteenlopende fantoomklanken in opduiken. Door de explosie van grandeur en het gebruik van toetsen heeft het zelfs iets van de kolkende finales waarmee concerten van Yodok III soms eindigen. Behoorlijk verbluffend. En het zet je ook totaal op het verkeerde been voor de B-kant van de plaat.

Daar begint Kulik aan 'Portsmouth, 1783' met een gitaar en een bariton die verdacht veel op die van Howe Gelb lijkt aan een stukje singer-songwriterambacht, waarvan de tekst uit een dagboek van tweehonderd jaar geleden weggeplukt lijkt. Het simpel verhalende wordt ingebed in statige ondersteuning die vervolgens helemaal openbloeit met een hartverwarmende, gulle schoonheid die je alleen bij dit orkest hoort.

Slotstuk 'On Est Un' start met ronkende lijnen van basklarinet en trombone, tot de fragiele zang van Brice Soniano opduikt. Het is een opvallend dromerige sound, tot ineens een krachtig, kringelend gitaarmotief opduikt, dat samen met een speels ritme ervoor zorgt dat het ensemble de Afrikaanse zon in gesleurd wordt. Daar wordt een aanstekelijke, warmbloedige dans uitgevoerd, die de band feestelijker dan ooit doet klinken. Nogal een verschil met de duistere beelden van diepe vergeetputten die op Ljubljana soms opdoken, maar dat is net onderdeel van de charme van de band. Kortom: wat begon met een moeilijk te plaatsen, maar knappe plaat, is intussen uitgegroeid tot een universum dat zijn volledige reikwijdte duidelijk nog niet prijsgegeven heeft. Er staan ons nog heel, heel mooie dingen te wachten als dat zo verder gaat.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Klik hier om het album te beluisteren.

Labels:

(Guy Peters, 14.5.17) - [print] - [naar boven]



Concert
The Necks op herhaling

maandag 8 mei 2017, De Singer, Rijkevorsel

The Necks, nog niet zo lang geleden vierden ze in het Amsterdamse Bimhuis nog hun dertigste (!) verjaardag als trio. En ook weer nu, tijdens het concert in De Singer, hoor je dat ervan af. Die dertig jaar levert het meest hechte samenspel op dat je je kunt wensen. Vernieuwend is dit trio niet meer, daarvoor beoefenen ze reeds te lang deze stijl waarin ze jazz, minimal music en trance vermengen tot een eclectisch en bij tijd en wijle opzwepend geheel. Geen probleem, vernieuwing is niet altijd nodig, soms kan verdieping ook heel goed werken. En juist op die momenten, een belangrijk deel van de eerste set en het tweede deel van de tweede set, weten pianist Chris Abrahams, drummer Tony Buck en bassist Lloyd Swanton je mee te voeren in hun eindeloze maalstroom van repeterende klanken.

En dat terwijl hun stukken altijd zo ingetogen, bijna poëtisch aanvangen. In het eerste stuk is het Abrahams met zijn bijna romantisch aandoend motiefje, Swanton voegt zich er met enige grepen bij en zorgt voor de extra spanning. En dan geeft Buck met zachte roffels de aanzet tot datgene wat The Necks zo herkenbaar maakt: dat repeterende, hallucinerende geluid. Dat geluid dat het ene moment klinkt als de branding en het volgende als een razende storm. Dat geluid waarin de tijd wordt opgeheven. Tot Abrahams zich aan de stroom ontworsteld en er zich weer zelfstandige muzikale motiefjes aandienen. De opmaat naar het einde van de eerste set.

In de tweede set zet Swanton letterlijk de toon, nu voorzien van strijkstok, met een slepend ritme, als een langzame dans. Voer voor choreografen. Slepend, maar ook met een weerbarstige, sombere kant. Minder meeslepend dan in de eerste set, met name omdat in dit stuk de drie stemmen meer los van elkaar opereren. Pas op twee derde van deze set kiest het trio wederom voor de maalstroom, wordt je weer meegenomen, verzetten heeft geen zin. Tot het ook hier weer langzaam uitdooft, héél langzaam. Abrahams eindigt wederom, nu met grommend lage pianoakkoorden.

Foto's: Cees van de Ven

Labels:

(Ben Taffijn, 13.5.17) - [print] - [naar boven]



Reportage
Waarlijk opgestaan (en gedanst)


"De Bijbelteksten worden door de aanwezigen meegelezen, sommigen hanteren de beduimelde en verfomfaaide familiebijbel, anderen volgen de teksten op e-reader of iPad. Zondaren en zondaressen worden naar voren geroepen (ik hou me laf afzijdig) en werpen zich boetend ter aarde. De ruimte barst bijkans uit elkaar van de spirit. Jankend van de soul kan ik alleen maar denken: dit is het gewoon, de rest is flauwekul."

Eddy Determeyer bezocht op paaszondag een kerkdienst in de Apostolic Deliverance Temple in Memphis, Tennessee.

Klik hier om zijn verslag te lezen.

Labels:

(Eddy Determeyer, 12.5.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Heleen Van Haegenborgh & Christian Mendoza - 'Copper' (W.E.R.F., 2017)

Opname: september 2016

In 2015 bracht El Negocito Records de cd 'Signaux/Regina' van Heleen Van Haegenborgh uit. 'Signaux' omhelsde een unieke combinatie van piano en misthoorns, waarmee de pianiste op verschillende niveaus spanningsvelden verklankte tussen nabijheid en afstand. Dat deel maakt nu nog een hebbeding van de cd, waarop zij in 'Regina' met geprepareerde piano haar exploratie verderzette tussen binnen en buiten, verleden en heden, nabij en veraf.

Met Christian Mendoza, die zij heeft leren kennen op het Conservatorium van Gent, begon de pianiste zich toe te leggen op de techniek van quatre-mains. Samen wilden zij zich verdiepen in klassieke muziek en zo hun technieken uitbreiden. Mendoza bracht een meer op jazz gerichte achtergrond mee – hem situeren jazzliefhebbers onder meer in 3/4 Peace met Ben Sluijs en Brice Soniano. Van Haeghenborgh en Mendoza richtten zich vooral op werk van Bach en gingen aan het improviseren. Al was het initieel niet de bedoeling, de twee kwamen er mee naar buiten en kregen de kans om een cd op te nemen. Van het een kwam het ander en volgend seizoen volgt een JazzLab Series-tournee.

Het eerste stukje waarop we de twee op de cd aan de slag horen gaan met Bach is 'Alle Menschen Mussen Sterben'. Hier maken zij hun link met klassieke muziek zeer expliciet en heel toegankelijk. Het slaat een brug tussen klassiek en improvisatie, tussen goddelijk en aards en dus anders maar verwant met wat Van Haeghenborgh op 'Signaux/Regina' deed, horen we een spanningsveld tussen veraf en dichtbij, tussen geschiedenis en nu. In deze uitvoering voelt kitsch ook niet veraf, hier heerst de levendige lach. Het volgt perfect op 'Copper 1', dat met een vaart de cd opent en de teaser die je op YouTube vindt auditief uiterst aanlokkelijk maakt.

Het aan een flink tempo tegelijk bespelen van het hoge en het lage register luidt een tintelende luisterervaring in, waarbij de pianisten repetitiviteit en ontwikkeling heerlijk doseren. Het uitmonden in een spannend en donker crescendo zorgt voor een voorafschaduwing van wat in volgende delen 'Copper' nog te gebeuren staat: licht en donker zullen wel vaker contrasteren en dat kleurrijke klankenspel zal aan verschillende snelheden worden uitgewerkt. In de eigen improvisaties/composities gaat het er vaak trager aan toe dan in 'Copper 1', dan lijken donkere hoeken en kantjes in beeld te komen. Elders klinkt een en ander dan weer glashelder, hetzij hard dan wel fris. Rust en spanning, licht en donker wisselen af of raken met elkaar verwikkeld. Een vleugje van 'Darn That Dream' lijkt niet veraf in 'Copper 2', een glinsterende traan zou kunnen vloeien als de dreiging van 'Copper 3' voorbij is en 'Gottes Zeit Ist Die Allerbeste Zeit' vooruitschrijdt.

De stukjes van Bach in transcripties van Kurtag brengen trouwens, ook zonder herkenning van de meesterlijke erfenis, momenten aan van duidelijk opbouw. Ze werken klaarblijkelijk inspirerend voor zowel Mendoza als Van Haegenborgh. 'Copper 4' komt als een persoonlijke kanttekening van Mendoza bij 'Die Allerbeste Zeit' aansluiten. Na een kort 'Allein Gott In Der Höh Sei Ehr' volgt de contemplatieve touch van Van Haegenborgh. In hun beschouwende en verkennende aanpak schijnen beiden mogelijke structuren te zoeken voor meer hedendaags pianowerk.

Dat van de elf nummers op de cd er maar drie van Bach zijn en de overige voorbehouden zijn voor eigen 'Copper'-delen maakt dit tot een gedurfd werkstuk. Zo fris en vlot als 'Copper 1' volgt er geen ander. Het verhaal beperkt zich niet tot een aanlokkelijke teaser; de muzikanten slaan wegen in die herinneren aan oude mythen en tragedies. Het vervolg blijft intrigeren en maakt benieuwd naar wat dit live nog zal opleveren. Je zou, rekening houdend met andere elementen in hun discografie, kunnen hopen dat dit album een fase documenteert en dat een nog meer voldragen cd zal volgen op de JazzLab-tour. Als de goden deze samenwerking goedgezind zijn, kunnen beider gebundelde drang naar diepgang en een geïntensifieerde interactie wellicht leiden tot nog grotere pracht.

Klik hier om het album te beluisteren.

Labels:

(Danny De Bock, 12.5.17) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #121-122


In Jazz Rules #121 is saxofonist Rob Banken van de Bravo Big Band te gast bij Dirk Roels. Hij komt het debuutalbum 'Another Story' voorstellen. De 17-koppige Bravo Big Band is ontstaan uit het Brussels Youth Jazz Orchestra.

Igloo Jazz Classics heeft het album 'Comptines' van pianist Charles Loos en saxofonist Steve Houben opnieuw uitgebracht op cd. Het album dateert uit 1982 en verscheen toen alleen op vinyl.

Verder is er muziek van tenorsaxlegende John Coltrane, die in de zomer van 1967 overleden is.

Klik hier om Jazz Rules #121 te beluisteren.

In primeur in aflevering #122 gloednieuwe muziek van de Jelle Van Giel Group. Je hoort twee stukken uit het nieuwe album 'The Journey'.

Voorts is er aandacht voor de komende jazzfestivals: Mithra Jazz à Liège, Roeselare Jazz Festival, Jazz Middelheim, Citadelic Summer Festival, JazzCase Dommelhof Neerpelt en Gent Jazz Festival.

En verder draait Dirk Roels nieuwe muziek van o.a. Fred Hersch Trio, Steiger, Nicolas Kummert, Mark Giuliana, Bassss, Kamasi Washington, Dave Douglas Quintet, David Thomaere Trio en De Groote-Faes Duo.

Klik hier om Jazz Rules #122 te beluisteren.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 10.5.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Volksliederenbabylon

Jan Klare 1000 'Anthems', zondag 7 mei 2017, Kerkje, Oostum

Naar men beweert krijg je er een brok van in je keel wanneer je het in den vreemde hoort. Voetballers en CHU-senatoren kennen het uit hun hoofd. Je volkslied. Jan Klare is Duits ingezetene en bekend van zijn project The Dorf. Daarmee onderzoekt en stuurt hij een 'intelligente zwerm' internationale muzikanten.

In zijn nieuwe onderneming, 'Anthems', volksliederen, moet hoorbaar worden hoe specifieke volkeren er op een specifiek moment van hun geschiedenis voorstaan. Soms veranderen tekst en melodie, omdat er een nieuwe politieke wind is gaan waaien. Zoals in het geval van Afghanistan, dat sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw al minstens een stuk of zes verschillende herkenningsmelodieën over zich heen kreeg.

Veel van die volksliederen hebben een symfonisch, gedragen, hymne-achtig karakter. Vermoedelijk staan die voor de waardigheid van de natie, voor haar trots en ambities. Andere thema's hebben een meer militaristische insteek. Een enkel volkslied, ik dacht dat van Syrië, klonk in het kerkje van Oostum als de opmaat tot een Caribische dans. Maar dat kan ook aan de luimen van de re-componist hebben gelegen. Erg veel eerbied toonden de muzikanten niet voor hun heilige materiaal. Dat bleek al direct in het begin, toen het thema 'Europa' van Marc Antoine Charpentier, de handtekening van Eurovisie, door de hakselmachine ging. Het eindigde als een klaagzang voor altsaxofoon, waaraan elkeen zijn of haar conclusies kan verbinden.

Hoe saai het oorspronkelijke thema ook mocht zijn, het kamerjazzensemble van Klare maakte er iets levends van. Met gezamenlijke improvisaties, maar vaker nog met samenspraken van twee muzikanten. Daarbij zorgde de vrijwel ideale akoestiek van de ruimte voor haarscherp gedefinieerde partijen. Zodat het trompetspel van Bart Maris, toch altijd al een koperfestijn, nog schitterender straalde. Bij hem, als we het dan toch over cultuurhistorische tendensen hebben, bij hem hoor ik nog iets van een negentiende-eeuwse Vlaamse circustrompettist. Op zijn zakmodel trompet blies hij onwaarschijnlijk hoge lijntjes, die nochtans stevig en zuiver bleven. In het Chinese volkslied (dat van 1911-1912) werd zijn gestopte instrumentje een eensnarige viool. Een effect dat nog werd versterkt door het plechtstatige bekkenwerk van Michael Vatcher en de bourdontoon die altsax en gestreken bas daaronder legden.

Toen de Taliban over Afghanistan heersten (in de periode 1999-2002) klonk er geen muziek – behalve in de moskee – en was er dus ook geen volkslied. Vanuit de stilte liet De Joode o zo zacht een lage toon murmelen, niet luider dan een decibel of zes, aan de rand van een audiotest. Want in je stompzinnigheid kun je wel muziek verbieden, maar dat wat in de hersenen en het gevoel van de mensen leeft, daar heb je geen vat op.

Misschien is de les die we uit '1000 Anthems' kunnen trekken, dat een volkslied nog zo lullig kan zijn, al improviserend kunnen we er lekker mee doen wat we willen. En zo komen al die Babylonische hymnes en marsen uiteindelijk toch weer bij elkaar.

Toegegeven, toekomstmuziek.

Klik hier voor foto's van dit concert door Zoltan Acs.

Labels:

(Eddy Determeyer, 9.5.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Angles 9 - 'Disappeared Behind The Sun' (Clean Feed, 2017)

Opname: 30 mei 2016

Angles, het vehikel van saxofonist Martin Küchen, vatte in 2008 als sextet zijn zegetocht aan met 'Every Woman Is A Tree' en breidde zich in 2012 uit tot nonet. Het uit 2014 stammende 'Injuries' behoort zonder meer tot het beste wat er in de brede categorie van 'jazz' in dat jaar verscheen en de verwachtingen voor opvolger 'Disappeared Behind The Sun' waren dan ook hooggespannen.

Küchen, die ook hier weer voor alle composities tekent, staat niet alleen bekend als een zeer creatief musicus die het experiment allerminst schuwt, maar tevens als een maatschappelijk zeer bewogen mens die musiceren niet alleen als doel ziet, maar ook als middel om een boodschap over te brengen.

De titel 'Disappeared Behind The Sun' is dan ook niet zomaar gekozen. Het kan je zomaar overkomen: "Just like that: no relative, no sister, no brother, no lover, no friend will ever know where they forced you, to which dark place." En zeg nu niet dat dit bij ons niet kan gebeuren. Dat dachten ze in Turkije nog niet zo lang geleden ook. Een belangwekkend album dus, temeer omdat Küchen en de crème de la crème van de Scandinavische improvisatie er ook nog eens in slagen om de onrechtvaardigheid, de pijn en de wanhoop voelbaar te maken.

In opener 'Equality & Death (Mothers, Fathers, Where Are Ye?)' is het Küchen zelf die begint met de meest ijzingwekkende altsaxsolo aller tijden. De haren rijzen je ten berge. En dan zet het ritme in: slagwerker Andreas Werliin, vibrafonist Matthias Ståhl en bassist Johan Berthling, gevolgd door de zes(!) blazers. Het nonet is compleet en creëert hier een alleszins machtig geluid. Mooi ook hoe het ritme uiteindelijk als een plumpudding in elkaar zakt, uitmondend in een drumsolo van Werliin, waarna de locomotief weer op stoom komt.

Soepel en speels is de trompetsolo van Magnus Broo in 'Ådror', ondersteund door Ståhls vibrafoon, die even later flink uithaalt op een heerlijk deinend patroon dat nog het meest wegheeft van een balkanblues. En ja, ook dit nummer maakt weer duidelijk dat de kracht van Angles 9 in het groepsgeluid zit. Küchen is een eersteklas arrangeur, zoveel is wel duidelijk.

Ook 'Pacemaker' leunt zwaar op de balkanritmes, met die mix van vrolijkheid en melancholie. En dan is daar het titelnummer, 'Disappeared Behind The Sun', waarin we allereerst wederom Broo horen in een pijnlijk schrijnende solo, slechts zeer spaarzaam begeleid door pianist Alexander Zethson. Als de rest bijvalt is dit in een ode aan de vrijheid, zo node gemist daar in die donkere cel, met als hoogtepunt de stuwende tandem Werliin-Ståhl in een majestueus duet.

In afsluiter 'Love, Flee Thy House (In Breslau)' klinkt de geschiedenis door. Het Pruisische Breslau heet inmiddels Wrocław en ligt in Polen. Zo verging het veel steden in Oost-Europa in de afgelopen eeuw: ze veranderden van nationaliteit, soms meerdere malen, met alle gevolgen van dien. Angles 9 voelt het aan en grossiert ook hier in gepaste melancholie.

Al met al ligt hier weer een indrukwekkend album, dat ook live een verpletterende indruk zal achterlaten. We gaan het meemaken. Op zondag 9 juli speelt Angles 9 op het North Sea Jazz Festival in de Volga. Kijken of het dak daartegen bestand is.

Klik hier voor een albumteaser van 'Disappeared Behind The Sun'.

Labels:

(Ben Taffijn, 9.5.17) - [print] - [naar boven]



Concert / Reportage
Duo wijdt nieuwe stek Lokerse Jazzklub in

Persconferentie & aperitiefconcert De Groote-Faes Duo, zondag 30 april 2017 clublokaal AVLO i.s.m. Lokerse Jazzklub, Lokeren

Bij de Lokerse Jazzklub hadden ze de hoop al ongeveer opgegeven om nog een vaste stek te vinden voor hun programmering. De zoektocht was al bijna drie jaar vruchteloos gebleven en daarom werd aan het plan gewerkt om met pop-upconcerten verder te gaan – naargelang de verwachte opkomst of invalshoek in een grotere zaal of een kleinere, nu en dan ook een huiskamerconcert. Tot op de uitreiking van de onderscheiding voor Meest Verdienstelijke Lokeraar aan AVLO, de Lokerse Atletiekvereniging. Daar knoopte de voorzitter van de ene vereniging een gesprek aan met de voorzitter van een andere, aan wie in een ander jaar die prijs te beurt was gevallen. Iwein Van Malderen van de Lokerse Jazzklub vond bij Patrick Van Waes van AVLO een gesprekspartner met dromen en plannen, die geleidelijk vorm krijgen en alvast tot een persconferentie leidden.

AVLO bouwt al even haar engagement uit alsook haar samenwerkingsverbanden. Het clublokaal wordt nu en dan verhuurd voor verschillende doeleinden, maar met de Lokerse Jazzklub haalt het een vaste huurder in huis. Dat huurgeld kan de droom helpen waar te maken om het lokaal om te bouwen tot een aantrekkelijke taverne met vergader- en bureauruimte. Voor de eerstkomende vijf jaar hebben ze dan ook nog eens Duvel-Moortgat gevonden als partner. Om het lokaal om te turnen tot een geschikte plek voor concerten is een stappenplan opgesteld. In een eerste fase komen er tegen september een podium, esthetische verantwoorde, akoestische panelen, sfeerverlichting en een likje verf. In fase twee is het de bedoeling dat verbouwingswerken volgen.

Om deze specifieke samenwerking tussen sport en cultuur met luister in te leiden, werd de persconferentie gekoppeld aan een aperitiefconcert. Daartoe hadden de organisatoren een ideale opstelling uitgekozen. Het ene moment was het gebabbel in het lokaal nog goed voor kabaal, in de loop van het concert vormde het geroezemoes dat de kop kon opsteken een vertrouwde, Lokerse begeleider van schone klanken. Ben Faes haalde immers een bijzonder mooie klank uit de kast van zijn contrabas. Of hij aan de snaren plukte, ze streelde, als slaginstrument gebruikte of aanstreek, steeds zorgde hij voor warme geluiden die een mooie variatie kenden en zich nergens weerbarstig opstelden. In dit duo met gitarist Bruno De Groote zorgt hij voor een vindingrijke begeleiding, die zich soms beperkt tot ritmische begeleiding, maar vaak ook actief meedenkt in het melodische.

Ook de gitaarklanken kon dit lokaal in zijn huidige gedaante goed aan. De noten en akkoorden die met elektronische effecten gestuurd werden gedijden heel goed in de beperkte akoestische mogelijkheden. Er schuilt nog altijd een rockgitarist in De Groote, maar wat hij uit het rockarsenaal invoert, verweeft hij weloverwogen in de fijne composities van hen beiden.

Een eerste resem nummers situeerde de gitarist in Joodse en Palestijnse invloeden – wat veel te maken heeft met zijn belangstelling in de stal van John Zorn en het project Tijgers Van Eufraat. Dat was een kwartet waar naast Faes en De Groote violist Stefan Wellens en saxofonist Tom Callens meespeelden. Die hadden zij erbij gehaald toen ze voor 'In Die Dagen' muziek componeerden, een moderne versie van het Passieverhaal door muziektheater Compagnie Kaiet. Het was toen niet vergezocht om er Masada-invloeden in te verwerken.

Het kwartet beperkte zich toen al niet tot Joodse muziekgenres om inspiratie uit te putten en met de jaren zijn Faes en De Groote als duo steeds meer volleerd gaan klinken. Nu hebben zij een eigen rijke lappendekensound, die intimiteit verenigt met een belangstelling op een wijde wereld. Daarin kunnen ook Spaanse invloeden de bovenhand krijgen, of Franse, folkloristische of grootstedelijke, klassieke of noisy, enzovoorts. Het hoeft niet te verbazen dat dit concertje een glansrijke cd-voorstelling werd van hun recent verschenen 'Symphony For 2 Little Boys'. Dat zij na het insturen van de opnamen naar Dave Douglas (sinds mensenheugnis kompaan van John Zorn) de wereldvermaarde trompettist konden verleiden om drie nummers samen met hen opnieuw in te spelen, mag wijzen op de klasse die het De Groote-Faes Duo nu tentoonspreidt.

Foto's: Danny De Bock

Labels: ,

(Danny De Bock, 8.5.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Nguyên Lê & Ngô Hồng Quang - 'Hà Nội Duo' (ACT, 2017)

Opname: april-augustus 2016

De van oorsprong Vietnamese gitarist Nguyên Lê heeft altijd in meerdere muzikale werelden geleefd. Hij voelt zich evengoed aangetrokken tot de muziek uit zijn eigen land en andere niet-westerse culturen als tot de jazz. Het uit zich in de lange rij van samenwerkingen waarin we musici vinden als landgenoten Huong Thanh en Ngô Hồng Quang, de Tunesiër Dhafer Youssef en meer jazz georiënteerde musici als Renaud Garcia-Fons, Peter Erskine, Markus Stockhausen, Paolo Fresu en Eric Vloeimans.

Ook op zijn nieuwste album, een duo album met Hồng Quang, getiteld 'Hà Nội Duo', dat bestaat uit nieuw werk van Lê en Hồng Quang, smeedt Lê de diverse culturen samen tot een boeiend geheel. We horen de Japanse kotospeler Mieko Miyazaki, naast de uit India afkomstige percussionist Prabhu Edouard en Ngô Hồng Quang op Vietnamese viool en als vocalist naast de uit Sardinië afkomstige trompettist Paolo Fresu.

Die vermenging van stijlen levert boeiende muziek op. Reeds in opener 'Cloud Chamber' horen we een fel spelende Lê in een energieke gitaarsolo op een aantrekkelijk melodisch patroon. En op 'Five Senses' gaat Lê's gitaarspel een boeiende dialoog aan met Miyazaki's koto, waarna Edouard middels de tabla Indiase sferen binnenbrengt. 'Like Mountain Birds' getuigt eveneens op goede wijze van stijlvermenging. Lê's rockachtige gitaargeluid valt hier prachtig samen met Hồng Quangs intense zangpartij. In 'The Graceful Seal' overtuigt Fresu met een prachtige en lichtvoetige solopartij op zijn van demper voorziene trompet. Zeer bijzonder is ook 'Beggar’s Love Song', dat is gebaseerd op liederen van blinde bedelaars uit het noorden van Vietnam, de zogenoemde Xam-stijl. In deze uitvoering krijgt deze traditionele muziek echter een hoog bluesgehalte.

Lê zelf zegt over het album: "Each of our identities stays strong and individual, but each of us approaches the collaboration with a complete openness of spirit, the desire to soak up and enrich the whole with intricate subtlety. At any moment this music will raise numerous questions. Is it Vietnamese? Or jazz? Or traditional music, blues, African, Indian... is it written - or is it improvised." Het is in ieder geval muziek en verrekte goede muziek, want het knappe aan dit album is dat die stijlvermenging nergens wringt. Het klinkt allemaal heel logisch en natuurlijk wat Lê en Hồng Quang ons hier voorschotelen. Een album kortom voor muzikale kosmopolieten.

Labels:

(Ben Taffijn, 6.5.17) - [print] - [naar boven]



Muziektheater / Concert / Jazztube
Een soort moderne jukebox

'The Blogpera' door Jens Maurits Orchestra, vrijdag 28 april 2017, De Singel, Antwerpen

Eerder dit jaar besteedden we in deze kolommen aandacht aan 'They Do It For A Reason', een album van het Jens Maurits Orchestra, het geesteskind van drummer Jens Maurits Bouttery, met daarin een belangrijke plaats voor Jean-Godefroy, een karakter gebaseerd op het werk van Robin Dunbar, een antropoloog en evolutionair psycholoog. Diezelfde Jean-Godefroy speelt een rol in 'The Blogpera', die in 2015 tijdens de Ruhrtriennale in première ging en nu geprogrammeerd staat als onderdeel van Opera21, een festival in Vlaanderen dat aandacht besteed aan muziektheater en opera.

'The Blogpera' is een soort moderne jukebox. Rechts achter op het podium staat een zuil met een computermuis. Het publiek wordt gevraagd na ieder muziekstuk, waarna een pauzemuziekje klinkt, een keuze te maken voor het volgende stuk. Die stukken hebben met elkaar gemeen dat ze gaan over de diverse fases in de evolutie van de mens en de rol die muziek hierin speelde. Een van die stukken is 'The Adventures Of Jean-Godefroy', dat handelt over een kereltje uit lang vervlogen tijden, Jean-Godefroy, dat gek is op onrijp fruit. Hij stikt dan ook al dansend in een stukje appel. Eeuwen later, zo zingt Bouttery, verzamelen mensen zich nog steeds onder de boom om zijn dood te herdenken. Verderop zal pianist Dorian Durmont ons overigens in 'Choke' nog vertellen dat alleen mensen kunnen stikken in eten. Door de gevolgen van de bouw van ons strottehoofd en ons vermogen tot spraak. Het is maar dat u het weet.

Enigszins absurdistisch is het dus wel wat Bouttery hier met zijn Orchestra, dat hier overigens maar uit drie man bestaat, voorschotelt. Het blijkt ook uit het bizarre 'The Spell Of The Rainbow Snake', dat handelt om primitieve veroveringskunst en dat uitmondt in een wel heel bizarre cover van 'When A Man Loves A Woman'. Die Robin Dunbar komt overigens ook nog aan bod. Zijn theoretische beschouwingen zijn door Bouttery verwerkt in een aantal stukken, zoals 'Synchrony' en 'Trance'.

In het laatste stuk verhaalt Dunbar over de functie van muziek in combinatie met trancerituelen. Hoe dit ons in staat stelt contact te maken met het paranormale. Het derde lid, Lucas Kramer, laat intussen al dansend zien hoe trance werkt in de praktijk. Er is niets veranderd: de zoveelste houseparty is op dezelfde principes gebaseerd als wat onze verre voorouders bewoog rond het kampvuur. Die Kramer bedient overigens op andere momenten een bijzonder apparaat, 'La Bestia'. Een voorhistorisch elektronisch opname- en afspeelapparaat, dat bestaat uit een veelvoud van spoelen met tape en dat door Kramer gebruikt wordt om het muzikale universum verder te vervolmaken.

Een muzikaal hoogtepunt is verder het korte 'Birdsong' waarin, het zal u niet verbazen, een vogel met zijn zang centraal staat. Maar Bouttery drumt met hem mee. En doet dat zo verbazingwekkend goed dat je er gewoon vrolijk van wordt. En dat kan nooit kwaad.

In de Jazztube hierboven een uitvoering van 'Birdsong' door Jens Maurits Bouttery.

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 5.5.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Daniel Melingo – 'Anda' (World Village, 2016)

Opname: 2015

Wie de Tango Nuevo van lieden als Astor Piazzola en Osvaldo Pugliese destijds, in de jaren zeventig en tachtig, interessant en verfrissend vond, maar ook een tikje gladjes, is bij vocalist/klarinettist/songschrijver Daniel Melingo aan het goede adres. Want zijn band speelt onmiskenbaar een eigentijds soort tango, maar dan zo ongelikt en ongeremd als de café-orkestjes in het Buenos Aires van honderd jaar geleden. Die associatie wordt nog versterkt door de ontstemde piano van Pedro Onetto, die vermoedelijk gevonden is in een vergeten danszaaltje aan een steegje in de oude binnenstad.

'En Un Bosque De La China', een nummer van Roberto Ratti uit 1943, is een verklankte herinnering aan iets wat je nooit hebt geweten. Ook Erik Satie's 'Gnossienne', nog vijftig jaar ouder, past perfect in dit idioom, qua melodie en qua maatindeling.

Toch is het niet allemaal nostalgie wat de klok slaat. Melingo zou je zelfs een soort Argentijnse Tom Waits kunnen noemen. Soms komt zijn gebarsten stem niet veel verder dan een binnensmonds gemompel. Zo gepassioneerd als Carlos Gardel ooit zong, zo superrelaxt klinkt Daniel Melingo. En zeker niet minder romantisch – luister naar 'Se Viene El Dosmil', het openingsnummer. Wanneer Piazzola de tango salonfähig heeft gemaakt, heeft Melingo hem weer teruggebracht naar de kroeg.

Labels:

(Eddy Determeyer, 4.5.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Sprankelend concert van een nieuwe generatie jazzhelden

Amok Amor, woensdag 26 april 2017, Bimhuis, Amsterdam

Peter Evans, prominent hedendaags trompettist uit New York, kon het niet redden op tijd in het Bimhuis te zijn voor het concert van Amok Amor. Dit kwartet, dat behoort tot de vernieuwende jazzscene uit Berlijn en bestaat uit altsaxofonist Wanja Slavin, bassist Peter Eldh en drummer Christian Lillinger, moest dus op zoek naar vervanging en vond daarvoor pianiste Kaja Draksler. Een zeer goede keus, zo bleek.

Je weet natuurlijk niet hoe deze formatie zou functioneren met Evans, maar dat het met Kaja meer dan voldeed was wel evident. Alsof ze niet anders deed dan al jarenlang met deze club jonge honden musiceren. Kennelijk moeiteloos paste ze in de niet altijd even gemakkelijk genoteerde pianopartijen en qua solo's beheerste ze de virtuoze snelle passages als wel de zeer intieme, meditatieve momenten.

Met dat al stond er een zeer bekwaam ingespeeld kwartet op het podium, waarbij de individuele technische kwaliteiten dienstbaar waren aan de intelligente, intensieve en creatieve muzikale collectieve lijnen. Academische muziek, inclusief een stevige dosis melodische fragmenten.

Niet alleen Draksler musiceerde op een ongemeen hoog niveau, ook Slavin, Eldh en Lillinger wisten er raad mee. Altist Slavin soleerde met virtuoze, rapsodische lijnen, bassist Eldh produceerde een rappe dominante groove en drummer Lillinger begeleidde zeer gevarieerd, rap ritselend en roffelend en nauwkeurig reagerend op de uitgeschreven partituur.

Een lange set, die wat mij betreft nog wel wat langer had mogen duren, inclusief een terechte toegift, besloot een zeer sprankelend concert, waarin hedendaagse impro-muziek uitermate intens, muzikaal en energiek door een gedreven en competente nieuwe generatie jazzhelden werd uitgevoerd.

Klik hier voor foto's van dit concert door Maarten Jan Rieder.

Labels:

(Jacques Los, 3.5.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Vincent Noiret - 'Inside Journey' (Home, 2016)


'Inside Journey' heet de nieuwe cd van bassist en therapeut Vincent Noiret, waarop hij de invloed van muziek op lichaam en geest onderzoekt. Het is dan ook een album geworden dat erom vraagt om rustig te beluisteren en op je te laten inwerken. Je kunt er prima bij mediteren, maar dat hoeft niet. Het is namelijk ook gewoon een boeiende luisterplaat, waarin Noiret westerse en oosterse klanken met elkaar vermengt.

Zo klinken reeds in 'Ouverture' zowel Arabische als Chinese klanken door, met dank aan Patrik Niels die de Xiao-fluit bespeelt. Terwijl Noiret in 'Once I Was Born' zijn toevlucht neemt tot de oude westerse volksmuziek. Het nummer bestaat in aanvang uit louter zang en slagwerk, met een dwingende ritmische hartslag, uitmondend in een heerlijk meeslepend duet van Noiret en percussioniste Emanuela Lodato.

Alle nummers gaan gepaard met een gedicht waarin de sfeer van het nummer terugkomt. Bij 'Once I Was Born' gaat het als volgt:

Earth, here, where I planted my roots
Mother earth, here and now
Nourishment
Mother earth
Here and now, I am.


Het aardse klinkt volledig door in dit krachtige nummer.

In 'I Live And I Laugh' heeft Noiret de bas verruild voor de gitaar. Het gedichtje gaat hier over roeien. En dat is belangrijke informatie, want de ritmiek van het nummer zou roeiers wel eens lekker kunnen aanmoedigen. Het is een opzwepend nummer, dat je in een vrolijke stemming brengt. Dat ritmische zit ook in 'So I Say', waarin Noiret scat-achtige zang inzet en waarin we Carlo Stazzante horen op de riqq, een soort tamboerijn.

Noirets zeer kleurrijke en ritmische spel op de contrabas valt uitgebreid te bewonderen op 'What I See' en 'Connected'. In het eerste nummer levert het in combinatie met Lodato's percussiespel meerdere malen vuurwerk. In het tweede stuk horen we een veel meer ingetogen Noiret, zijn verbinding met het al belijdend.

Noiret leverde met 'Inside Journey' een zeer muzikaal album, het beluisteren meer dan waard.

Klik hier om het album te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 1.5.17) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #120


In deze aflevering van Jazz Rules hoor je nieuwe muziek van saxofonist Kamasi Washington, die deze zomer op het Gent Jazz Festival speelt. Daarnaast is er een vooruitblik naar het RSL Jazz Festival, binnenkort in Roeselare. Daar staan onder meer TaxiWars, Robin Verheyen & Bram De Looze en Yaron Herman op de affiche. De Frans-Israëlische pianist Yaron Herman heeft net een nieuw album uit bij Blue Note Records.

Gitarist Bart Vervaeck en vibrafonist Wim Segers komen in de studio bij Dirk Roels de nieuwe EP van Compro Oro voorstellen. Die heet 'Bombardo' en verscheen op Record Store Day bij De Werf Records en Zephyrus Music.

Uiteraard ook muziek van John Coltrane naar aanleiding van zijn overlijden (bijna) 50 jaar geleden.

Klik hier om Jazz Rules #120 te beluisteren.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 27.4.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Carlos Bica & Azul - 'More Than This' (Clean Feed, 2017)

Opname: 24-26 april 2016

Geen gebrek aan trans-Atlantische samenwerkingen binnen de jazz, al vergt het doorgaans wel inzet, koppigheid en een forse dosis geluk om het boeltje gaande te houden. Een mooi voorbeeld van zo'n internationaal verbond is dat van de Portugese bassist Carlos Bica met de Duitse gitarist Frank Möbus en Amerikaanse drummer Jim Black. Ruim twee decennia na hun eerste album 'Azul' komt het trio op de proppen met album nummer zes, dat aantoont dat hun samenwerking nog altijd garant staat voor een heel eigen geluid.

Zoals bij zo veel andere bands moet je ze eigenlijk live meemaken. Het soms overheersende volume van Jim Black moet je er dan wel bijnemen, maar dit is bij uitstek een band die pas op het podium volledig tot zijn recht komt, die warme interactie demonstreert en de luisteraar met vaak filmisch getinte muziek meeneemt op een reis langs verlaten oorden met weidse vergezichten. Voor een stuk is dat te danken aan de twang van Möbus, die onvermijdelijk vergelijkingen met Frisell oproept, maar het zijn vaak ook de open composities en lome baslijnen van Bica die een ruimte suggereren die veraf staat van het grootstedelijke geharrewar dat doorgaans geassocieerd wordt met moderne jazz. Hier gebeurt het dus anders, wordt vaak de tijd genomen om rustig rond te drentelen in een wereld van roots en romantiek. Eentje die hier en daar herinnert aan die van Frisells trio met Tony Scherr en Kenny Wollesen, maar hier en daar ook aan het Belgische Dans Dans, zoals in opener 'Mafalda'.

Daar suggereert het trio meteen dat 'More Than This' een ingetogen bedoening wordt. Zachtaardig ruisende en resonerende cimbalen krijgen gezelschap van een schimmige gitaar en zoemende contrabas. Samen zoeken ze het terrein op tussen slaaplied en soundtrack bij de prairie van Montana. Dromerig, gemoedelijk, maar wel met een behaaglijk gloeiende lyriek. Het is een aanpak op de wip tussen beeldend en lyrisch, die later nog een paar keer terugkeert en die de band beheerst als weinig anderen. Stukken als 'I Wonder, Wonder I Do', een arrangement van folksong 'Na Rama do Alecrim', en een versie van Amerikaanse folksong 'Silver Dagger' zoeken het ook in die sloom schuifelende uithoek.

Maar dit trio is ook meer dan een producent van gezapige stukken, want hier en daar worden tempo en volume iets opgekrikt, krijgt het samenspel iets meer panache en worden de individuele sterktes en tics iets meer uitgespeeld. Zo krijg je in 'A Lã E A Neve' een echte democratie te horen, waarin het kletterende spel van Black in evenwicht gehouden wordt met het ingetogen spel van zijn collega's, tot het allemaal langzaam begint open te barsten in een zwalpende stroom van wringende energie. Nog beter: 'Whale Rider', dat het contrast tussen het haast mechanische spel van Black en de sobere baslijnen maximaal uitspeelt. Het is een ingenieuze manier om tegelijkertijd rustgevende stilstand en nerveuze beweging te suggereren.

Pas na meerdere beluisteringen wordt het duidelijk dat het album best wat variatie bevat, dat het slingert langs het compacte, springerige 'Skeleton Dance' met die potten- en pannensound, de hoekigere insteek van hoogtepunt 'XY Ungelöst', dat een erg fraaie, huilende climaxwerking krijgt, of het korte 'Jolly Jumper', dat van een gemoedelijk drentelend stukje omslaat in stekelig spel vol gekapte accenten en een plagerige, ontglippende leidraad. In afsluiter 'Sam' dreigt Möbus voortdurend over te stappen naar lawaaierig terrein, maar het blijft bij een aangehouden welles-nietesspanning. Het is een evenwichtsoefening die vooral bands gegeven is waarin de muzikanten elkaar op de tast vinden en stilzwijgende afspraken alles in balans houden. Na meer dan twintig jaar activiteit laten Bica, Möbus en Black horen dat er van sleet op het verbond nog geen sprake is.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Labels:

(Guy Peters, 27.4.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Adédèjì - 'Afreekanism' (Dejafrique, 2017)


Zanger-gitarist Adédèjì noodt ons voor een rondvlucht vanaf Muntala Muhammed Airport boven zijn geboorteland Nigeria – en nog een stuk luchtruim daarbuiten. De dubbel-cd 'Afreekanism' begint met een vlot, traditioneel eerbetoon aan de almachtige. 'Oba Edumare' wordt gedragen door de Fonés Group, een verbluffend authentiek klinkend koor van zeven dames uit Nigeria, Arabië en Griekenland. Vervolgens laten meer contemporaine invloeden zich gelden, highlife, soul en jazz, maar de Afrikaanse bodem wordt nimmer uit het oog verloren.

Het album is opgenomen in niet minder dan negen verschillende studio's in de reeds genoemde landen, met een corps van niet meer dan 53 verschillende muzikanten en vocalisten. Dat het product toch een sterk gevoel van eenheid uitstraalt, is des te bewonderenswaardiger. We hebben hier geen houtje-touwtjeproduct in handen, maar een echt state-of-the-art album, waarvoor een Quincy Jones zich niet had hoeven schamen.

Mooi ook dat Adédèjì Adetayo zijn grote inspiratiebronnen allerminst geheim houdt. 'They Don’t Really Care About Us' heeft een jaren 70-soulvibe. In 'Afreeka On My Mind' etaleert trompettist Victor Ademofe, in samenspraak met rapper MC Yinka, zijn Miles Davis-chops en 'If You Don’t Like To Funk' zou niet misstaan op het repertoire van Tower Of Power. In tegenstelling tot een aantal klaagzangen op 'Afreekanism' is dit laatste nummer een zeer opgewekte bedoening.

In '17, 18, 19, Sissi', een ode dacht ik aan die vervelende groupies die altijd bij muzikanten rondhangen, lijkt Earth Wind & Fire's Philip Bailey binnen te stappen. 'Felasophy' heeft, dat ligt voor de hand, Nigeria's eigen volksheld Fela Ransome Kuti tot onderwerp. Is dat de stem van Fela die aan het begin van de song iets zegt over het Engels als voertaal in Nigeria? Overigens mag hier wel even vastgesteld worden dat Adetayo's muzikanten een stuk strakker spelen dan die van Fela destijds. Ook zijn slimme vocale arrangementjes ('C.O.P.') steken uit boven veel van wat elders op dit gebied wordt gepresteerd.

De enige feature voor de orkestleider zelf is het nummer 'Aworan Oyinkan', waarin hij begeleid wordt door Vagelis Stefanopoulos op piano. Dan is de rondvlucht voorbij, twee uur, dat is netjes en kunnen we de rauwe werkelijkheid toetsen aan het beeld dat Adédèjì Adetayo met zijn 'Afreekanism' heeft geschetst.

Klik hier om te luisteren naar een track van dit album: 'They Don’t Really Care About Us'.

Labels:

(Eddy Determeyer, 26.4.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Muzikale zoektocht met magistraal einde

Joost Lijbaart's Batik, vrijdag 14 april 2017, Paradox, Tilburg

Vlak voor aanvang van het optreden neemt Joost Lijbaart het woord. Vanwege fysieke problemen met zijn arm geeft de leider en drummer van Batik aan verstek te moeten laten gaan. Vervolgens maakt Lijbaart melding van het feit dat hij ooit in de jaren tachtig aanwezig is geweest bij een concert van Nat Adderley, waarbij de trompettist geen noot heeft gespeeld vanwege een scheurtje in zijn lip. Ook wordt in herinnering geroepen dat Misha Mengelberg, vanwege vergeetachtigheid, een optreden van het ICP orkest heeft gemist. "Maar zo dramatisch zal het vanavond niet worden," voegt Lijbaart eraan toe. Mark Schilders vervangt hem op de drumkit.

Het improviserend collectief Batik bestaat enkele jaren en vindt zijn oorsprong in een duo dat Joost Lijbaart en Wolfert Brederode in 2005 zijn gestart. Samensmelting en creatie van nieuwe klanken zijn de drijfveren van deze groep. In de eerste jaren wordt dit gezelschap gevormd door gerenommeerde musici uit de Nederlandse jazz- en improvisatiewereld. Naast Lijbaart en Brederode maakten gitarist Ed Verhoeff en basgitarist Mark Haanstra deel uit van Batik. De laatste twee hebben inmiddels plaatsgemaakt voor Bram Stadhouders en Sean Fasciani.

Door personele mutaties blijft deze avond van het oorspronkelijke Batik alleen Wolfert Brederode over. Het blijft gissen wat het wegvallen van Lijbaart voor het groepsgeluid betekent. Feit blijft dat de zoektocht naar de juiste muzikale balans in het eerste deel van het optreden evident aanwezig is. Het sprookjesachtige 'Empty Room' en de percussieve en milde funk van 'Dharma', afkomstig van de plaat 'Headland', worden vakbekwaam en afgemeten uitgevoerd. Brederode weet de messen al voor de pauze te slijpen. 'Headlands', waarin het meanderende pianospel wordt overgoten met een lichte countrysound, en het verstilde 'Glow', dat een weids en sferisch einde kent, getuigen al van meer zeggingskracht.

In de tweede set wordt de vrijheid gevonden. Bepalend hiervoor is de rol van Brederode. Niet alleen door zijn latente leiderschap, maar vooral door zijn creative, oogstrelende spel op de vleugel, wordt het totale groepsgeluid naar een hoger muzikaal niveau gebracht. De staccato basklanken vergezellen de lyrische pianoklanken in 'Arch' en de macabere sfeer die gaandeweg ontstaat zorgt voor een bepalende verteltrant. In 'Menado' zorgt de verwevenheid van gitaar en piano voor een hypnotiserende sfeer. Ook met deze track wordt de rekbaarheid van de muziek aangetoond. De muzikale opvattingen van Steve Reich worden minimalistisch opgevoerd en de compositie wordt op bedwelmende wijze tot een rigoureus einde gebracht. 'Neon' prikkelt direct door Brederode's omzichtige touches, waar, na een onmetelijke solo van Brederode, de muziek weer genadeloos inkrimpt.

Slechts één nieuwe compositie 'Swallow' ziet het daglicht. Maar het is er eentje om in te lijsten. Wispelturigheid, deining en snelheid vormen de sleutels tot een verhalende duikvlucht. Kortom: de waarde van een muzikale zoektocht kan tot een magistraal einde leiden!

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 25.4.17) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...







Schrijf je in voor onze gratis Nieuwsbrief! Klik op de button hieronder om je aan te melden:


Menupagina's:


Zoek in deze website:

Google

web deze website


Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, meewerken?
Mail de redactie.


(advertenties)